Ondersteunen de WODC-cijfers de claim dat Nederland criminaliteit importeert?

Analyse

Door de redactie van HEVtig

Een recente bijdrage van Ongehoord Nederland op LinkedIn trekt een stevige conclusie uit nieuwe cijfers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). De boodschap luidt: “Per week lopen er dertig potentiële criminelen de grens over.” De suggestie is duidelijk. De opvang van asielzoekers zou leiden tot een grotere kans op criminaliteit in Nederland.

Dat is een ernstige claim. Juist daarom verdient zij een zorgvuldige toets aan het onderzoek waarop zij is gebaseerd.

De cijfers

Het WODC publiceerde begin juli de nieuwste monitor over incidenten en misdrijven onder bewoners van COA-opvanglocaties. Daaruit blijkt dat in 2025 ongeveer 3 procent van de bijna 113.000 bewoners van COA-locaties werd geregistreerd als verdachte van een misdrijf. In de meeste gevallen ging het om vermogensdelicten, met name winkeldiefstal. Tegelijkertijd concludeert het WODC dat 97 procent van de bewoners nooit als verdachte van een misdrijf is geregistreerd.

De vraag is echter niet of dat percentage klopt. De vraag is of de vergelijking klopt.

De vergelijking gaat scheef

De Nederlandse bevolking bestaat uit ruim achttien miljoen mensen, verdeeld over alle leeftijden, beide geslachten en alle inkomensgroepen.

De groep asielzoekers heeft een totaal andere samenstelling. Zij bestaat grotendeels uit jonge mannen met een zeer lage sociaaleconomische positie. Veel bewoners van opvanglocaties mogen tijdens hun asielprocedure niet of slechts beperkt werken. Zij beschikken doorgaans niet over vermogen en verkeren vaak langdurig in onzekerheid over hun toekomst.

Juist leeftijd, geslacht en sociaaleconomische positie behoren volgens criminologisch onderzoek tot de belangrijkste factoren die samenhangen met de kans om als verdachte van een misdrijf te worden geregistreerd.

Wie deze groep rechtstreeks vergelijkt met de totale Nederlandse bevolking vergelijkt dus twee fundamenteel verschillende populaties.

Wat doet het WODC zelf?

Het WODC laat het onderzoek niet eindigen bij een eenvoudige vergelijking van percentages.

In eerdere analyses heeft het instituut de gegevens gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en sociaaleconomische kenmerken. De onderzoekers vergelijken bewoners van COA-locaties daarbij met Nederlanders die op deze kenmerken zoveel mogelijk vergelijkbaar zijn.

Na deze correctie blijken bewoners van COA-opvanglocaties minder vaak als verdachte van een misdrijf geregistreerd te worden dan vergelijkbare Nederlanders.

Dat betekent niet dat criminaliteit onder asielzoekers niet voorkomt.

Het betekent wel dat de veelgehoorde conclusie dat asielzoekers als groep verantwoordelijk zouden zijn voor een bovengemiddelde criminaliteitsdreiging geen steun vindt in de wetenschappelijke vergelijking waarop het WODC zelf wijst.

Context verandert de conclusie

Het onderzoek laat bovendien zien dat de aard van de geregistreerde misdrijven verschilt. Onder bewoners van COA-locaties gaat het relatief vaak om vermogensdelicten, zoals winkeldiefstal. Geweldsmisdrijven vormen juist een kleiner aandeel dan binnen de algemene Nederlandse verdachtenpopulatie.

Dat neemt incidenten niet weg. Iedere vorm van criminaliteit vraagt om handhaving en een passende aanpak.

Het betekent wel dat de cijfers een ander verhaal vertellen dan de suggestie dat Nederland structureel een grotere veiligheidsdreiging importeert.

Van statistiek naar framing

De uitspraak dat “dertig potentiële criminelen per week de grens over lopen” is feitelijk gebaseerd op een bestaand percentage. Tegelijkertijd verandert de formulering de betekenis van dat percentage.

Het woord potentiële suggereert een toekomstige dreiging. Het onderzoek spreekt echter over mensen die in een bepaalde periode als verdachte van een misdrijf zijn geregistreerd. Bovendien zegt het onderzoek niets over toekomstige instroom, noch over de kans dat een willekeurige nieuwe asielzoeker een misdrijf zal plegen.

Daarmee verschuift de boodschap van een beschrijving van geregistreerde feiten naar een voorspelling over toekomstige risico’s. Die stap wordt door het WODC-onderzoek zelf niet gemaakt.

Conclusie

De beschikbare onderzoeken ondersteunen niet de stelling dat Nederland door de opvang van asielzoekers aantoonbaar een grotere kans op criminaliteit importeert.

Ongecorrigeerde cijfers laten zien dat ongeveer drie procent van de bewoners van COA-opvanglocaties als verdachte van een misdrijf is geregistreerd. Zodra onderzoekers corrigeren voor leeftijd, geslacht en sociaaleconomische positie, blijken bewoners van COA-opvanglocaties juist minder vaak als verdachte geregistreerd te worden dan vergelijkbare Nederlanders.

Dat betekent niet dat problemen ontkend moeten worden. Het betekent wel dat maatschappelijke discussies gebaat zijn bij volledige context. Cijfers zonder context kunnen een gevoel van dreiging versterken. Cijfers mét context helpen om de werkelijkheid beter te begrijpen.

Bronnen

  • Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), Overgrote deel van asielmigranten nog nooit verdacht van een misdrijf, 2 juli 2026.
  • WODC, Infographic Incidenten en misdrijven bewoners COA- en gemeentelijke opvanglocaties 2019–2025.
  • Adviesraad Migratie, Asielzoekers en overlast: de feiten op een rij.
  • Kamerstuk 19637, nr. 2369, eerdere WODC-analyses over demografische correcties.
  • NOS, Aantal asielmigranten dat verdacht wordt van criminaliteit blijft stabiel.

Dit artikel is bewust gebaseerd op openbare onderzoeksrapporten en officiële bronnen. Het doel is niet om incidenten te bagatelliseren, maar om de gebruikte cijfers in hun volledige statistische context te plaatsen.

“`
Scroll naar boven
Stuur een bericht